Wat is El Niño ?

De term El Niño (in Spaans “de jongen” of bij uitbreiding “het Kerstekindje”) werd oorspronkelijk gebruikt door Ecuadoriaanse vissers om te verwijzen naar de bovengemiddelde zeeoppervlaktetemperaturen die gewoonlijk rond Kerstmis optreden in de equatoriale zone van de oostelijke Stille Oceaan en verschillende maanden duren. Tengevolge van die abnormale opwarming van de wateren zagen ze elke 2 tot 7 jaar alle vissen verdwijnen van de kusten.

El Niño en La Niña zijn respectievelijk de warme en koude fase van de zogenaamde El Niño Zuidelijke Oscillatiecyclus. Deze uitingen van klimaatvariabiliteit zijn het gevolg van een reeks interacties tussen de atmosfeer en de tropische oceaan.

El Niño wijzigt de normale weerpatronen niet alleen in de oostelijke Stille Oceaan, maar in de hele wereld. Het zet droogtes in gang in gebieden die normaal voldoende regen ontvangen, en veroorzaakt zware regenval en overstromingen in gewoonlijk aride woestijngebieden.

Hoe werkt El Niño?

Onder normale omstandigheden blazen de winden van oost naar west over de tropische Stille Oceaan, en duwen ze zo de oppervlaktewateren richting Australië en Nieuw-Guinea. De opstapeling van warm oppervlaktewater veroorzaakt een zeeniveautoename in de westelijke Stille Oceaan terwijl in het oostelijk deel opwellend koud water uit de diepte voedingsstoffen meebrengt die anders bij de bodem zouden blijven, en waarvan de vispopulaties in de bovenste wateren afhankelijk zijn om te overleven.

Tijdens El Niñojaren wordt lagere luchtdruk dan gewoonlijk waargenomen boven de oostelijke tropische Stille Oceaan en hogere boven Indonesië en noordelijk Australië. Dit zorgt ervoor dat de westenwinden verzwakken, het oceaanoppervlak in de oostelijke Stille Oceaan opwarmt (met een zeespiegelstijging tot zelfs 35 cm langsheen de kust), de winden verder verzwakken en El Niño nog sterker wordt. Als gevolg stopt het opwellen van diep water, met verwoestende gevolgen voor de visbestanden die afhankelijk zijn van de koele, nutriëntrijke wateren. Wolken en onweders schuiven op naar het oosten samen met het warmere water, en zorgen langs de evenaar voor extreem hogere neerslaghoeveelheden dan gewoonlijk. Dit resulteert ook in veranderingen in de straalstromen (winden op grote hoogte), wat zorgt voor droogte in Indonesië en Australië.

De El Niño van 1997-1998, hier waargenomen door ESA's ERS-2-satelliet, is een van de krachtigste van deze eeuw, met 
toegenomen neerslag die overstromingen in Peru en de VS veroorzaakte, en droogte in de westelijke Stille Oceaan. Het 3D-beeld toont 
de toestand van de Stille Oceaan in november 1997 in termen van afwijkingen ten opzichte van de "normale" oceaan - met name 
hoogteveranderingen tussen -40 cm en +40 cm, en temperatuursveranderingen van -6°C (blauw) tot 8°C (rood). Men ziet een zeer duidelijke 
correlatie tussen de zeeoppervlaktetemperatuur- en de hoogte-anomalieën - Bron: Resources in Earth Observation - CEOS

Sterke El Niño’s komen vallen bijgevolg vaak samen met overstromingen en hitte in Peru, ernstige droogte in Indonesië, Afrika, Australië en delen van Zuid-Azië, hevigere winterstormen in combinatie met overstromingen en modderstromen in Californië en de zuidelijke Verenigde Staten. Hoewel El Niño het aantal orkanen in de Atlantische Oceaan vermindert, verhoogt het daarentegen de kans op cyclonen en tyfonen in de Stille Oceaan.

La Niña daartegenover wordt gekenmerkt door lagere luchtdruk dan normaal boven Indonesië en Noord-Australië en een hogere luchtdruk dan normaal boven de oostelijke tropische Stille Oceaan. Dit luchtdrukpatroon wordt in verband gebracht met sterkere westenwinden boven de centrale en oostelijke equatoriale Stille Oceaan.

Aangezien de periodiciteit van dit fenomeen varieert tussen 2 en 7 jaar en geen regelmatig patroon vertoont, wordt El Niño een quasi-cyclische variatie genoemd.

Record sterke El Niño’s

El Niño vertoonde tegen het eind van de twintigste eeuw tweemaal extreem hoge amplitudes: in 1982-1983, en in 1997-1998.

In 1982 viel gedurende zes maanden 2,5 m regen in Ecuador en noord-Peru, waardoor de kustwoestijn in een grasland bezaaid met meren veranderde. Abnormale windpatronen zorgden er ook voor dat de moessonregens boven de centrale Stille Oceaan vielen in plaats van op de westelijke rand ervan, met droogtes en rampzalige bosbranden in Indonesië en Australië tot gevolg. Alles samen bedroeg de schade aan de wereldeconomie tengevolge de El Niño meer dan 8 miljard dollar.
De record sterke El Niño in de winter van 1997-1998 leidde tot ernstige weersomstandigheden: overstromingen in het zuidoosten van de VS, zware stormen in het noordoosten, en overstromingen in California. De meeste rampen in 1998, waaronder de felle overstromingen in China en Bangladesh en de orkaan Mitch in Centraal-Amerika kunnen toegeschreven worden aan het El Niño- of La Niña-fenomeen.

Tijdens een El Niño kan de temperatuur van de wateren van de Stille Oceaan 3 tot 5°C boven het gemiddelde stijgen. Water zet uit als het warmer wordt, en door de afwezigheid aan voedingsstoffen die afhangen van koud water wordt het minder zwaar. Dit uitgezette,lichtere water zorgt voor een toename van het zeeniveau die kan worden waargenomen vanuit de ruimte. Tijdens de felle 1997-1998 El Niño steeg het zeeniveau tot wel 35 cm boven het gemiddelde in de oostelijke Stille Oceaan nabij de Galapagoseilanden, en was het 18 cm lager dan gemiddeld bij Australië, met een dramatische afname van de hoeveelheid vis voor de Pacifische kust en massale verbleking van het koraal over de hele wereld tot gevolg. Dit beeld van de Stille Oceaan werd samengesteld op basis van zeeniveaumetingen door de Amerikaans-Franse TOPEX-Poseidon-satelliet en toont het zeeniveau op 10 november 1997 vergeleken met normale omstandigheden. De witte en rode gebieden tonen ongewone warmte-opslagpatronen; in de witte gebieden is het zeeniveau 14 à 35 cm hoger dan gemiddeld, in de rode gebieden is het zo’n 10 cm boven het gemiddelde. De groene zones wijzen op een normaal zeeniveau, terwijl paars wijst op minstens 18 cm onder het normale zeeniveau. De oppervlakte ingenomen door de warme watermassa is ongeveer anderhalf keer zo groot als de VS. De extra hoeveelheid warm water langs de kust van Noord- en Zuid-Amerika, met een temperatuur van 21 tot 30°C, omvat ongeveer 30 keer zoveel water als alle Grote Meren in de VS bij elkaar. De extra warmte die gevat zit in deze watermassa komt overeen met 93 maal de energie van alle fossiele brandstoffen die de VS gebruikt in een heel jaar! - Bron: NASA JPL Ocean Surface Topography

El Niño en de opwarming van de aarde

El Niño fenomenen zijn steeds frequenter geworden en hadden een steeds grotere impact op het klimaat in de loop van de afgelopen eeuw. Niettemin kunnen wetenschappers niet met zekerheid zeggen of de extreme intensiteit van de beide fenomenen aan het eind van de twintigste eeuw gelinkt is aan de recente intensifiëring van de opwarming van de aarde. Als dat het geval zou zijn, zou El Niño steeds intenser en destructiever kunnen worden, en niet alleen langsheen de Zuid-Amerikaanse kust maar ook in gebieden elders in de wereld.

Bronnen
AVISO (Archivage, Validation et Interprétation des données des Satellites Océanographiques)
El Niño, affecté par le réchauffement de la planète ? - Notre-Planète.info 
El Niño affected by global warming - Terra Daily 
El Niño Information - California Department of Fish and Game
El Nino - NASA Science
El Niño - Southern Oscillation - NOAA Climate Prediction Center
FAO Fisheries and Aquaculture Department
FAQs about El Niño and La Niña - NOAA Tropical Atmosphere Ocean Project
Our Affair with El Niño: How we transformed an enchanting peruvian current into a global climate hazard - Princeton University Press
Variabilités climatiques - CNES

Links
Sea level viewer (on the website Ocean Surface Topography From Space - NASA JPL)
El Niño Animations and Graphics