Europese Commissie

U bent hier

Het ligt voor de hand dat onze nationale programma's aansluiten bij de activiteiten van de Europese Commissie en ESA Programma's zoals STEREO maken de opleiding van uiterst deskundige onderzoekers en de ontwikkeling van expertise mogelijk; in ruil vergemakkelijkt dit een hoge participatiegraad van België aan H2020- en ESA-projecten. 

Horizon 2020

Horizon 2020 is het Kaderprogramma van de EU voor Onderzoek en Innovatie voor de periode 2014-2020. Het doel van dit programma is om erop toe te zien dat Europa wetenschap beoefent op topniveau, belemmeringen voor innovatie uitschakelt en de samenwerking tussen overheid en privé bevordert om samen innovatieve oplossingen te bedenken. De activiteiten van Horizon 2020 op het gebied van aardobservatie begeleiden en ondersteunen het Europese programma voor aardobservatie en -monitoring, dat de naam Copernicus kreeg. De werkzaamheden in verband met aardobservatie vallen voornamelijk onder het "H2020 Space"-subprogramma van het onderdeel "Leadership in Industrial Technologies" van Horizon 2020. 

H2020 Space mikt op de uitbouw van een echte Europese ruimtevaartindustrie (met kmo's en start-ups) en een onderzoeksgemeenschap die innovatief, wereldwijd competitief en klaar is om ruimtevaartinfrastructuur en -data te ontwikkelen en te exploiteren om aan de maatschappelijke en beleidsnoden van de EU te voldoen.

Horizon 2020 is dan een hefboom voor de Europese gemeenschap voor ruimtevaartonderzoek en -ontwikkeling om innoverende ruimtevaarttechnologieën en werkbare concepten te bedenken en toepassingen en diensten te ontwikkelen waarbij gebruik wordt gemaakt van ruimtevaartdata voor wetenschappelijke, openbare of commerciële doelen. 

De activiteiten van H2020 Space rond aardobservatie zijn specifiek toegespitst op de exploitatie van Copernicus en bestaande Europese ruimtevaartinfrastructuur en bevorderen de ontwikkeling van innoverende producten en diensten op basis van teledetectie.

H2020 website


Copernicus

Copernicus is een vlaggenschipprogramma van de Europese Unie om:

  • De aarde, haar omgeving en ecosystemen te monitoren;
  • Zich voor te bereiden op crisissen, veiligheidsrisico's en natuur- of door de mens veroorzaakte rampen;
  • Bij te dragen aan de rol van de EU als wereldwijde ‘soft power’.

Dit garandeert een vrij, volledig en open databeleid. Copernicus wordt aangedreven door de vragen van gebruikers om de acceptatie door gebruikers zoveel mogelijk in de hand te werken. De Copernicus-data zijn gratis maar de ontwikkeling van meerwaardetoepassingen en -diensten en de marketing van downstreamdiensten door privéondernemingen maken van Copernicus een instrument voor economische ontwikkeling en een motor van de digitale economie.

Het programma berust op drie grote pijlers.

Ruimtecomponent

ESA lanceerde een hele familie Sentinel-satellieten, op maat van de operationele noden van het Copernicus-programma. De eerste satelliet (Sentinel 1A) werd in 2014 in de ruimte gebracht met de bedoeling om minstens tot 2030 vrije en open data aan te leveren. Voor elke Sentinel-missie worden twee satellieten in omloop gebracht om de aarde zo goed mogelijk te bestrijken en betrouwbare datasets aan te leveren voor de Copernicus-diensten: 

  • Sentinel-1: missie voor het maken van radarbeelden voor land- en oceaandiensten; 
  • Sentinel-2: missie voor het maken van multispectrale hogeresolutiebeelden voor het monitoren van land, binnenwateren en kustgebieden; 
  • Sentinel-3: missie met verschillende instrumenten voor het monitoren van land en oceanen;
  • Sentinel-5 Precursor: specifiek toegespitst op gassen en aërosols; 
  • Sentinel-4: missie voor atmosfeeronderzoek, als payload aan boord van een Meteosat-satelliet;
  • Sentinel-5: missie voor atmosfeeronderzoek vanuit een polaire baan, als payload aan boord van een MetOp-satelliet;
  • Sentinel-6: missie met radarhoogtemeter om de hoogte van het zeeoppervlak wereldwijd te meten.

Naast data afkomstig van de Sentinel-satellieten, leveren de missies die bijdragen aan Copernicus ook aanvullende gegevens om aan een hele resem observatievereisten te voldoen. 

Die bijdragende missies zijn onder meer de missies van ESA en externe operators, die hun gegevens deels vrijgeven aan Copernicus. Een voorbeeld van een dergelijke bijdragende missie is PROBA-V.

Copernicus-diensten

Om de toestand van het aardesysteem te bewaken werden 6 domeinen vastgelegd: landmonitoring, klimaatverandering, monitoring van het mariene milieu, crisisbeheersing, monitoring van de atmosfeer en veiligheid.

In-situ component 

In-situgegevens zijn waarnemingsgegevens van grond-, zee- of luchtsensoren, alsook referentie- en nevengegevens waarvoor aan Copernicus een vergunning is verleend. Die gegevens worden gebruikt om de resultaten van Copernicus te valideren en te kalibreren. De implementatie gebeurt op twee niveaus:

  • In-situgegevens afgestemd op elk dienstenniveau van Copernicus;
  • Transversale coördinatie voor alle diensten door het Europees Milieuagentschap (EEA).

 

 Copernicus website