Gepubliceerd op 10 maart 2026
Centraal-Afrika herbergt het op één na grootste tropische regenwoud ter wereld — een uitgestrekt ecosysteem dat een cruciale rol speelt in het behoud van biodiversiteit en in de regulering van het klimaat wereldwijd.
In vergelijking met het Amazonegebied zijn de bossen van het Congobekken echter nog steeds relatief weinig bestudeerd. Daardoor bestaat er een belangrijke kenniskloof in ons begrip van de mondiale koolstofcyclus en van de manier waarop tropische bossen reageren op menselijke verstoring.
Om deze kloof te helpen dichten, bundelden Belgische onderzoekers van het AFROCARDS-project van BELSPO hun krachten met Congolese partners. Samen onderzoeken zij hoe bosecosystemen herstellen na verstoring en hoe historisch landgebruik de huidige bosstructuur blijft beïnvloeden.
Twee centrale vragen over bosherstel
Het onderzoeksconsortium richt zich op twee kernvragen:
- Hoe evolueren koolstofvoorraden en biodiversiteit in bossen langs verschillende stadia van bosopvolging?
- In welke mate blijven menselijke verstoringen uit het verleden de huidige bosstructuur beïnvloeden?
Door veldecologie, teledetectie en landoppervlaktemodellering te combineren, brengt het project tientallen jaren onderzoekservaring in het Congobekken samen in een geïntegreerde wetenschappelijke aanpak.
Figuur 1: Aankomst in het Mabali Man and Biosphere Reserve
Drie maanden op veldonderzoek in Mabali
Om deze vragen te beantwoorden voerde het team een veldonderzoek van drie maanden uit in het Mabali Man and Biosphere Reserve, nabij het Tumbameer in de Democratische Republiek Congo.
Mabali ligt in een mozaïek van terra-firma-bossen, seizoensgebonden overstroomde bossen en secundair bos. Deze variatie maakt het reservaat tot een ideaal natuurlijk laboratorium voor het bestuderen van bosevolutie en bosherstel.
De veldcampagne werd mogelijk gemaakt door het Centre de Recherche en Ecologie Forestière (CREF), waarvan de medewerkers essentiële wetenschappelijke en logistieke ondersteuning boden.
Figuur 2: Locatie van het Mabali-reservaat aan de oevers van het Tumbameer
Bossuccessie meten in het veld
Het belangrijkste doel van de missie was na te gaan hoe de structuur van het boskroondak verandert langs een successiegradiënt — van jonge, eerder verstoorde bosbestanden tot oude, intacte bossen.
Daarvoor lijnde het team 20 permanente onderzoeksplots van telkens één hectare af. Binnen elk plot werd elke boom:
- gemeten
- in kaart gebracht
- gelabeld
- geïdentificeerd
Deze langetermijnplots zijn cruciaal om:
- de evolutie van biomassa en koolstofvoorraden te schatten
- de verspreiding van soorten over verschillende hergroeistadia te begrijpen
- het herstel van bossen op lange termijn te volgen
Daarnaast leveren deze plots belangrijke in-situ kalibratie- en validatiegegevens voor LiDAR- en satellietmodellen. Door gedetailleerde veldmetingen te koppelen aan teledetectiegegevens kunnen lokale waarnemingen worden opgeschaald naar regionale analyses van bosstructuur en -samenstelling.
Figuur 3: Op weg naar de 20 permanente bemonsteringsplots
Het bos in drie dimensies dankzij LiDAR-technologie
De veldmetingen werden aangevuld met luchtgedragen LiDAR-metingen over een oppervlakte van 1.500 hectare, uitgevoerd met een speciaal dronesysteem.
In tegenstelling tot klassieke satellietbeelden — die voornamelijk signalen van de bovenste kroonlaag registreren — dringen LiDAR-pulsen door in het bos en brengen ze de volledige verticale structuur in beeld, van het bladerdak tot de ondergroei.
Dit driedimensionale perspectief stelt onderzoekers in staat om:
- de structurele complexiteit van bossen te kwantificeren
- veranderingen in bosstructuur langs verschillende successiestadia te modelleren
- schattingen van biomassa en koolstofvoorraden te verfijnen
Deze verbeteringen zijn essentieel voor klimaatmodellen die afhankelijk zijn van betrouwbare gegevens over koolstofvoorraden in tropische bossen.

Figuur 4: Voorbeeld van een digitaal oppervlaktemodel opgebouwd uit de verkregen LiDAR-gegevens
Bouwen aan een langdurige onderzoekssamenwerking in het Congobekken
De veldcampagne vereiste de oprichting van lokale veldteams en de inzet van geavanceerde dronesystemen onder uitdagende tropische omstandigheden.
Het project kon sterk rekenen op de expertise en ervaring van de medewerkers van CREF. Naast de wetenschappelijke resultaten droeg de missie ook bij aan een versterking van de samenwerking tussen Belgische en Congolese onderzoeksinstellingen, en legde ze de basis voor langdurige wetenschappelijke samenwerking in het Congobekken.
In een van de minst bestudeerde maar tegelijk meest klimaatrelevante bosregio’s ter wereld vormt dit onderzoek een belangrijke stap in het verkleinen van een cruciale kenniskloof in de mondiale koolstofwetenschap.

Figuur 5: Het team achter de veldcampagne
Het veldwerk werd uitgevoerd door:
- Ikali MONKENGO-MO-MPENGE (Centre de Recherche en Ecologie Forestière CREF)
- Cicéron Mbuoli (Student, Universiteit van Bandundu)
- Laurent Nsenga Ndjike Kelema (WWF)
- Thibauld COLLET (PHD-student, Gembloux Agro Bio Tech - ULiège)
- Trésor Mbavumoja (PHD-student, Gembloux Agro Bio Tech - ULiège)
- Arthur Vanderlinden (PHD-student, Gembloux Agro Bio Tech - ULiège)
- Jean-François Bastin (Professor, Gembloux Agro Bio Tech - ULiège)
Projectteam
UGent: Hans VERBEECK - Félicien MEUNIER - Marijn BAUTERS
ULiège: Jean-François BASTIN
UCLouvain: Pierre DEFOURNY
ERAIFT: Baudouin MICHEL
NASA: Sassan SAATCHI